Begeleiding door de dienst

Wanneer je een pleegkind in je gezin opvangt of als steungezin betrokken wordt bij een hulpvragend gezin komt de dienst in principe éénmaal per trimester bij u op huisbezoek voor een begeleidend gesprek. Het gaat hier niet om "controle". De keuze van uw gezin betekent immers dat de dienst vertrouwen stelt in de samenwerking.

De begeleiding betreft niet enkel het pleeggezin zonder meer. De hele context van de plaatsing wordt daarbij betrokken. Dit betekent dat er ook gesprekken zijn met de ouders, het kind zelf, de school, de plaatsende instantie en andere verwijzende of hulpverlenende diensten. Dit alles gebeurt in gezamenlijk overleg met de pleegouders.

Zo zal de begeleider het steun-, pleeg- of opvanggezin in zijn opdracht steunen, sturen, mee helpen zoeken naar oplossingen, bemiddelen, eventueel confronteren, aanmoedigen, raad geven, zijn mening geven, informatie geven, enz.

De begeleider zal het kind helpen zich verder te ontplooien door het o.m. voor te bereiden, te helpen klaar zien in zijn situatie en een toekomstperspectief te ontwikkelen, het te ondersteunen bij aanpassingsproblemen. Wanneer zich uitgesproken gedrags- of emotionele problemen voordoen zal men het kind extra begeleiden of laten begeleiden door bevoegde centra. De begeleider zal de ouders helpen bij het voorbereiden en evalueren van de bezoeken aan of van hun kind, hen ondersteunen in het ontwikkelen van een positieve relatie met hun kind en het opnemen van hun eigen rol als ouder. Indien mogelijk kan de begeleider de ouders ook helpen bij de terugkeer van hun kind naar hun gezin.

De nazorg

Na het beëindigen van een plaatsing bieden pleegouders soms zelf nog "nazorg", omdat zij nog contacten met hun pleegkind onderhouden.

Wat de begeleiding betreft, bekijken we met de plaatsende instantie welke taken we nog op ons kunnen nemen. Dit kan zich beperken tot de evaluatie van de plaatsing met de pleegouders en de eigen ouders. Soms moet er gewerkt worden aan de doorverwijzing van de ouders naar diensten die hen kunnen begeleiden bij de terugkeer van hun kind naar huis. In andere situaties echter blijft de dienst uitgebreid in contact met de ouders of het kind zelf.